OPEN BRIEF
Op 19 december 2005 heeft de senaat het wetsvoorstel betreffende holebi-adoptie geëvoceerd. Dat betreuren wij zeer. De kamer van volksvertegenwoordigers maakte immers al zeer uitgebreid werk van het dossier, en keurde het voorstel betreffende adoptie door holebi’s goed. Bovendien mogen wij in onze dagelijkse contacten met familie, buren, kribbes, vriendjes van onze kinderen en hun ouders… ervaren dat er in Vlaanderen wel degelijk een maatschappelijk draagvlak voor ouderschap door holebi’s bestaat.
De laatste jaren zijn tal van studies in verband met ouderschap door holebi’s gepubliceerd in gerenommeerde tijdschriften op gebied van de sociologische, psychologische en medische wetenschappen. Deze studies tonen aan dat holebi’s als ouders niet anders zijn dan heteroseksuele ouders. Kinderen die opgroeien bij holebi-ouderparen doen het even goed op gebied van psychische, emotionele, cognitieve, sociale en seksuele ontwikkeling als kinderen opgroeiend in een ‘klassiek’ gezin. En hoewel het merendeel van de studies over lesbische ouderparen gaat, komen in de studies gemaakt over homoseksuele ouderparen dezelfde opmerkingen naar voren.
De American Psychological Association, ’ s werelds meest gekende wetenschappelijke vereniging van psychologen, bracht in 2004 een ‘Policy Statement’ uit. In deze beleidsnota stelt de associatie dat het ouderschap bij holebi-paren even goed als bij heteroseksuele paren functioneert, en dat kinderen van holebi’s even goed ontwikkelen. De American Academy of Pediatrics (A.A.P.) trok in haar ‘Technical Report’ van 2002 dezelfde conclusie. (Pediatrics vol. 109).
Dat kinderen opgroeien binnen holebi-ouderparen is een feit. Alleen al in de USA zou het gaan om ongeveer 6 miljoen kinderen. De A.A.P. is terecht zeer bezorgd dat een gebrek aan juridische ondersteuning van het holebi-ouderschap de kinderen van deze ouders in een niemandsland plaatst waardoor heel wat sociale en psychologische schade kan aangericht worden in geval van scheiding, overlijden van één van de ouders of bij medische urgenties. In haar technisch rapport getuigt de A.A.P. van de steun die zij wil geven aan alle initiatieven die leiden tot een volwaardig ouderschap voor holebi’s en bijgevolg ook tot een volledige en volwaardige adoptie voor hun kinderen.
Al sinds de jaren 1980 ijvert het National Center for Lesbian Rights voor het adoptierecht door holebi’s. Daarbij onderscheidt het centrum twee vormen van adoptie. Een eerste vorm is de ‘second-parent’ of ‘co-parent’ adoptie. Hierbij adopteert een persoon het biologische kind of het geadopteerde kind van zijn/ haar gelijkslachtige partner, zonder daarbij een eind te stellen aan de rechten van die ander. De tweede vorm gaat over ‘joint-adoption’. In deze vorm adopteren twee personen van hetzelfde geslacht samen een niet verwant kind. In beide gevallen krijgt het kind twee juridisch gelijkwaardige ouders. Deze twee principes worden in heel wat Amerikaanse staten toegepast (California, Connecticut, the District of Columbia, Illinois, Indiana,…) via een familierechtbank.
Naast de A.A.P. heeft ook het Committee of Psychosocial Aspects of Child and Family Health’s’ (COPACFH) een verklaring gepubliceerd waarin ‘coparenting’ en ‘joint-adoption’ worden ondersteund. Op deze wijze wil de organisatie de rechten van het kind op ouderschap en wettelijke bescherming ondersteunen, en voorkomen dat kinderen juridisch in de kou blijven staan.
Het uitblijven van een adoptieregeling kan verregaande gevolgen hebben. In België is een kind van holebiparen momenteel juridisch nauwelijks beschermd en bijna volledig afhankelijk van de willekeur van de bevoegde rechter. Zo zou in geval van het overlijden van de biologische ouder een rechter naar eigen goeddunken kunnen beslissen om een kind niet bij de tweede moeder, maar bijvoorbeeld, op vraag van de biologische grootouders, bij de kinderloze zus van de biologische moeder te plaatsen. Het kind in kwestie zou op deze wijze in één klap zijn beide ouders verliezen. En ook van zijn halfbroers waarmee het kind via de donor biologisch verwant is en waarmee het altijd samengeleefd heeft, wordt het kind gescheiden. Omdat de familie van de biologische moeder 100 kilometer verder weg woont, wordt het kind losgerukt uit de bredere vertrouwde leefomgeving van school en vriendjes. Tenslotte moet het kind ook elke band met de gekende familie van grootouders, tantes en nonkels, nichtjes en neefjes langs de zijde van de niet-biologische mama noodgedwongen opgeven.
Dat dergelijke doemscenario’s niet uit de lucht gegrepen zijn, bewijst de uitspraak van een rechter in Dendermonde. Daar werd een kind gescheiden van haar niet-biologische mama nadat beide ouders uit elkaar gingen. De biologische moeder ging voltijds werken terwijl vooral de niet-biologische mama instond voor de opvoeding van hun dochter. Na een aantal jaren ging het koppel uit elkaar en trouwde de biologische moeder met een man. De niet-biologische mama kreeg van de rechter één dag bezoekrecht per maand omwille van de duidelijk aanwezige affectieve band tussen niet-biologische mama en kind. De nieuwe (mannelijke) partner van de biologische moeder, die (in tegenstelling tot de niet-biologische mama) helemaal niet koos voor het bestaan van het kind en (net als de niet-biologische mama) geen genetische band had met het kind, kon het kind wél erkennen en aldus ouderschapsrechten laten gelden. Er bestaat geen twijfel over dat dergelijke scheiding van moeder en kind traumatische gevolgen kan hebben voor het kind.
Een debat over kinderen ligt bij alle partijen erg gevoelig. Gelukkig. Als moeders, maar ook in onze beroepen van kinderarts, leraar en psychotherapeute delen we de zorg om het algemene welzijn van kinderen. We willen het beste voor onze eigen kinderen en alle andere kinderen ter wereld. Voor kinderen die, zoals de onze, geboren werden bij twee mama’s hopen we op meer zekerheid van een eeuwig recht op twee ouders. Voor kinderen die door noodlottige omstandigheden alleen kwamen te staan, hopen we dat meer families met hart en ziel zullen kunnen klaarstaan om te geven. We hopen dat deze kansen niet gehypothekeerd zullen worden door politiek opportunisme of misplaatste beelden als zou bijvoorbeeld homoseksualiteit een risicofactor zijn voor seksueel misbruik en mishandeling van kinderen. We hopen dat het wetenschappelijk onderzoek betreffende het holebi-ouderschap en de voorbeelden van de (juridisch) zeer kwetsbare positie van kinderen die momenteel al opgroeien bij holebi-paren kunnen opwegen tegen onwetendheid, vooroordelen of politiek niet altijd even zuivere contra’s.
Tie Roefs, Historica - Master in de internationale betrekkingen en politieke wetenschappen
Mama van Marie, Jan en Anne
Kristel Allewijn, Juriste
Mama van Marie, Jan en Anne
Els Gadeyne, Doctor in de pedagogische wetenschappen
Mama van Bram, Wout en Jonas
Els Ceyssens-Motmans, Maatschappelijk werkster – Psychotherapeute
Mama van Bram, Wout en Jonas
Hilde Libbrecht, Criminologe – Psychotherapeute
Mama van Carmen Luka
Regina van Diemen, Bachelor in de economische wetenschappen
Mama van Carmen Luka
Els Deloof, Kinderarts
Mama van Thomas, Maarten, Ellen en Jurian
Eike De Rooze, Spoedarts
Mama van Thomas, Maarten, Ellen en Jurian
Sleutelwoorden:
adoptie